Januari 2012
Records van dieren: een nieuw Mini Informatie boekje. 't Is bijna klaar. Welke dieren zijn het sterkst? Welke het snelst? Welk dier maakt de hoogste sprongen? Het was een ellende om al die records uit te zoeken. Er zijn zoooooveel dieren. En vaak kloppen records niet. Ze veranderen, ze zijn oud, verkeerd gemeten of opgeklopt... Ik kreeg er een record-punthoofd van. Maar goed, voor zover we nu weten, is de cheeta de snelste sprinter van de wereld. Zijn topsnelheid is binnen een paar tellen 115 km per uur. Hij houdt die snelheid maar kort vol. Na een paar honderd meter staat hij te hijgen en te puffen. In GaiaZoo, bij mij om de hoek, ben ik nog even bij de cheeta's langsgegaan. Ze keken spiedend rond. Waar blijft de antiloop...? Maar in een dierentuin krijgen ze nu eenmaal geen kans hun snelheidsrecord te laten zien. (Foto Prof. Aap)
December 2011

De wind blies alle blaadjes van de populier de wijde wereld in. Ik keek omhoog naar die kale boom... en keek nog eens. Halverwege, aan de takken, zaten twee groene bolletjes. Struikjes. Ik kon mijn ogen niet geloven. Voor de zekerheid nog even door mijn verrekijker getuurd. Ja heel duidelijk: er waren twee maretakken in mijn boom opgedoken! Zomaar! Een maretak in je boom krijg je niet vanzelf. Er moet ergens op een tak, op een vochtig plekje, een zaadje van een maretak zijn gevallen. En zijn gaan groeien ook. Meestal heeft een lijster zo'n zaadje uitgepoept. Met kerst bungelen er dus twee grote groene kerstballen in mijn populier. Door de eeuwen heen is altijd beweerd dat de maretak
geluk brengt en een goeie gezondheid. Met kerst zoenen onder de maretak brengt geluk... in de liefde. Dus je snapt wel wat ik deze kerst ga doen. Wie weet wordt het een wild verliefd 2012!
(Tekening Wil Kroon uit De maretak, tekst DM)
November 2011
Mijn grasveld is een en al molshoop. Dat overkomt me nooit. Zodra vanuit de bosrand de eerste molshoop in het gras opbolt, praat ik met de mol. Vriendelijk maar streng. 'Maak dat je wegkomt', roep ik. 'Je bent een prachtig beest maar je molt m'n grasveld. Terug naar je bosrand, want anders...!' Maar deze mol luisterde niet. Op een dag zag ik beweging in een molshoop. ‘Waar is de schep?’ riep prof. Aap. Een beproefde methode is de mol met een snelle steek uit de molshoop te wippen. Dan de mol vangen en 'm netjes verhuizen naar een betere locatie. Werkt altijd prima. Dit keer liep het slecht af. Die arme mol overleefde de klap niet. Prof. Aap heeft hem in zijn molshoop teruggezet en op de foto vereeuwigd. Alsof-ie net te voorschijn klautert. Wat een lief roze snuitje. Wat een indrukwekkende graafpoten! Een mol ziet niet veel. Was deze mol misschien ook doof en hoorde hij mijn waarschuwingen niet? Ik voel me schuldig.
(Foto Prof. Aap)
Oktober 2011

Elke echte stripliefhebber kent wel een speciale stripwinkel. Er is ook De stripspeciaalzaak-website. Met werkelijk alles over stripboeken en stripboekenwinkels. Er staan een heleboel interviewtjes op met schrijvers. Elke schrijver stellen ze 5 vragen over stripboeken. Ze kwamen ook bij mij. Ik dacht: wat móet ik daarmee? Wat weet ik van stripboeken? Niks! Maar door die vijf vragen kwamen er herinneringen. De Pep in de jaren '60: een stripblad waar we thuis een abonnement op hadden.
En in de bieb haalde ik strips van Bessie Turf. De meeste kinderen van nu kennen haar niet. Bessie Turf was een gezellig en grappig dikkertje dat altijd honger had. Net als ík in die tijd (en nu nog wel eens). Als ze op school niet oplette, moest ze van Juffrouw Schimmel 1000 strafregels schrijven. Kom daar nu nog maar eens mee aan! 'Ditte, wie is je favoriete stripfiguur?' vroegen ze. Dat is Professor Zonnebloem uit Kuifje. Waarom? Lees dat maar hier in het interview(tje).
(Prof. Zonnebloem uit Kuifje - Raket naar de maan)
September 2011

De zijmuur van mijn huis was eerst heel saai. Een kale boel. Maar elke keer als er een plantje uit de tegels te voorschijn piepte, liet ik het staan om te kijken wat het werd. Meestal was het miezerig onkruid. Tot er op een dag iets anders tegen de muur groeide. Het werd hoger en hoger. Tot mijn verrassing kwamen er mooie roze bloemen in. Het bleek kaasjeskruid te zijn. Uitgebloeide bloemen van deze plant lijken (met wat fantasie) op een Gouds kaasje. Vandaar de naam. Er zitten duizenden zaadjes in. Eén zo'n zaadje was dus zomaar komen aanwaaien en bij die saaie muur beland. Je ziet op de foto hoe vrolijk de muur er nu uitziet. Ieder jaar komt het kaasjeskruid terug en door al die zaadjes breidt het zich steeds meer uit. Elk kaasjeskruid vertroetel ik. Andere onkruiden bij de muur worden resoluut verwijderd. Die roze zee van bloemen maakt me elk jaar helemaal trots en blij.
(Foto Ditte Merle)
Augustus 2011

Wie met een geoloog op pad gaat, krijgt bij elke kiezelsteen of heuvel gratis een spannend verhaal. We stonden voor een heuvel met rossige graspluimen. Die heuvel is een deel van de Peelrandbreuk, bij Uden in Brabant. Deze miljoenen jaren oude breuk in de aardkorst is kilometers lang en loopt tot ver in Limburg. In de loop der tijd is de grond langs de breuk gaan schuiven. Ik sta op het lage, gezakte deel (een 'slenk' volgens mijn geoloog en dat hoge deel heet 'horst'). Langs de breuk is de grond nog altijd in beweging. Soms gaat dat met een schok en dan heb je een aardbeving. Ik herinner me die van Roermond, april 1992. Midden in de nacht een onheilspellend, onderaards gerommel. Het huis trilde en ik ook. Ik stond meteen naast mijn bed. Van zo'n ouwe Peelrandbreuk kun je je een breuk schrikken. (Foto Hans de Jong)
Juli 2011

Mijn tuin werd de afgelopen maanden een Romeinse opgraving. Overal sleuven, hoge bergen uitgegraven grond en werklui met kruiwagens en brommende graafmachines. Want... mijn
veestapel(tje) krijgt een nieuwe schuur! 'Mevrouw, mevrouw, ik zag een grote dikke wesp uit de spouwmuur kruipen!' Tom, het hulpje van de metselaars, wijst geschrokken naar een van de ontluchtingsgaten in de muur van de bijkeuken. Net op dat moment kruipen er twee reuzenwespen uit het gaatje. Oei, hoornaars! De grootste wespen van Europa. Herkenbaar aan hun roodbruine kop en borst. Ik had die reuzinnen al eens boven m'n vijver zien rondsnorren. Ze vangen bijen en zelfs hele libellen. In de spouwmuur knagen ze je isolatie aan flarden. Voor mensen zijn ze minder agressief dan gewone wespen. Maar loop je in de aanvliegroute van hun nest (binnen 5 m), dan worden ze nijdig. Hun gif schijnt geen lolletje te zijn. Tegen míjn gif (uit een spuitbus, ja, ja) konden ze niet op. Zonde van die mooie beestjes maar ze hadden echt een andere plek met een andere aanvliegroute moeten kiezen. (Foto Prof. Aap)
Juni 2011

Op een ochtend klinkt in de kippenren gepiep. Elke dag kom ik de kippen voeren en bedank ze hartelijk voor de verse eieren. Zie ik opeens het nestje van een van de kleinste vogeltjes van Nederland: het winterkoninkje! Vijf open bekkies knus in een mooi rond bolletje (met de ingang opzij), hoog tussen de balken en de spinnenwebben. Pa en Ma Winterkoning hadden alles heel stil gehouden. Toen de jonkies er eenmaal waren, lukte dat niet meer. Die piepten de longen uit hun keel. Hun ouders vlogen af en aan met spinnetjes en rupsjes. Een van de jongen heeft zich te ver over de rand gewaagd. Ik vond 'm de volgende morgen in het zand. Daar hangt-ie tussen mijn wijsvingers. Zielig pechvogeltje. De andere vier zijn na ruim twee weken vertrokken zoals ze waren gekomen. In het geheim, met alleen de kippen om ze uit te zwaaien. (Foto Prof. Aap)
Mei 2011

Zijn officiële naam: de bufo bufo ofwel de 'gewone pad'. Maar gewoon? Niet voor mij! Zijn vel zit vol kleurige vlekjes en bultjes. Bruin en zwart, maar ook prachtig rood, oranje en geel... En als je in zijn grote, koperkleurige ogen kijkt, dan smelt je toch zeker? Ik vind een pad aandoenlijk. Geen lawaaischopper zoals zijn neef de kikker. Ook geen verspringer. Hij loopt een beetje plomp. De pad op de foto kwam in mijn tuin onder een berg takken uit. Daar ergens in de grond is vast zijn holletje. Sinds maart zie ik 'm niet meer in mijn vijver. Wel al zijn nakomelingen. Duizenden paddenvisjes zwemmen rond, in grote scholen. Ze eten algen en worden al aardig dik. Binnenkort krijgen ze pootjes. Dan trekken ze massaal de tuin in. Wie weet komen ze hun vader tegen. Die weet van niets. Maar ze kunnen beter hun vader tegenkomen dan de reiger. (Foto Prof. Aap)
April 2011
Het lijken wel aliëns, deze gestippelde rupsen. Ze hangen met duizenden in mijn vogelkersbomen. Ze hebben er spookbomen van gemaakt. Bladeren en takken verpakt in plakkerige spinnenwebben. Dat zijn hun nesten. Deze jonkies van de vogelkersstippelmotten vreten mijn bomen kaal. Die motten zijn prachtige nachtvlinders: wit met zwarte stippen. Vlak voor ze vorig jaar doodgingen, lieten ze hun eitjes in de vogelkersbomen achter. Daar zijn nu al die wriemelende rupsen uitgekropen. Vogels zijn er gek op en voeren ze aan hun jonkies. Zo hebben de rupsen een vreetfeest en ook de vogels. Over een paar weken verpoppen de aliëns en vanaf juni komen er dan stippelmotten uit. Mijn vogelkersbomen overleven het: van de zomer staan ze weer mooi in blad. Je weet niet wat je ziet. Alsof er nooit een rupseninvasie is geweest. (Foto Ditte Merle)
Maart 2011

Kuifje is gekortwiekt. De lange kuif die voor haar ogen hing, is weg (zie vorige maand: februari 2011). Ze kan weer alle kanten op loeren. Nu zie je haar mooie felle ogen. Op de foto kijkt ze boos. Kuifje houdt niet van de kapper en al dat gefriemel aan haar kop. Toch protesteerde ze amper. Toen ze weer met beide poten op de grond stond, stapte ze kukelend weg en keek verrast om zich heen. Ze zag een nieuwe wereld! Van verbazing wist ze niet waar ze moest kijken. Ze bekeek de andere kippen van top tot teen. Bij elk zuchtje wind rende ze naar zwiepende grassprieten en sprong omhoog richting puntje. Wanneer de volgende knipbeurt nodig is? Dat zal waarschijnlijk even duren. Ik ga op zoek naar een echte kapperschaar. 'k Heb er een baantje bij: kippenkapper. (Foto Prof. Aap)
Februari 2011
Kip Kuifje was als kuiken heel grappig. Op haar kop piekte een kort, punkerig kuifje van veren. Nu ze ouder is, hangt de kuif triest over haar ogen. Ze ziet alleen de grond. Daardoor raakt ze snel in de stress. Als het regent wordt de kuif nog smerig ook. Net een verzopen kip met een kletsnatte pruik. Kuifje is zielig. Op internet lees ik dat dit soort kippen een oud ras is. Kuifje heeft zelfs een officiële naam: Hollandse Kuifhoen. Deze kippen kunnen het beste in een overdekte ren worden gehouden, staat er. Anders wordt de kuif nat en vies en gaat voor hun ogen hangen. Nou, die kuif van Kuifje hangt altijd voor haar ogen, of het regent of niet. Wie fokt er nu zulke kippen?! Kippen die bijna niks zien. Die alleen geschikt zijn voor een overdekte ren. Een kip wil lekker scharrelen. Krabbelen en pikken tussen gras, bladeren en allerlei rotzooi. Oók als het een beetje regent. Daar trekt een scharrelkip zich niets van aan. Binnenkort gaat Kuifje naar de kapper. De schaar erin. Je kunt als
kip maar beter een vuilnisbakkenras zijn. (Foto Prof. Aap)
Januari 2011
Op een nacht stond ik rechtop naast mijn bed. Buiten een angstaanjagend geluid: hoog, ijl, schor, gierend. Al met al duurde het misschien niet langer dan een minuut. Het klonk echt onheilspellend. De volgende ochtend zocht ik op internet. Jaren geleden heb ik een vos op mijn kippenren zien lopen. Zou hij terug zijn? Wat voor geluid maakt een vos in de nacht? Mijn zoektocht was meteen raak. Opnieuw klonk dat jammerende geluid van die nacht. Paartijd? De paartijd van vossen is van december tot februari. Een vos was waarschijnlijk op zoek naar een date. Of ze elkaar gevonden hebben, weet ik niet. Mijn kippen heeft de vos gelukkig (nog) niet gevonden. (Foto Malene, Wikipedia)
December 2010
Mijn tuin is net een kerstkaart. Ik moet alleen nog een paar kerstballen ophangen. In de schuur, achterin waar de voetstappen heenlopen (zie foto), bivakkeren onze geiten. Mekkie en Betsie houden van
kerstkaarten want die eten ze op, maar niet van kerstkaartenweer. Elke dag maak ik hun straatje sneeuwvrij. Zodra ze me horen, komen ze nieuwsgierig kijken. Heel even maar. Ze staan te rillen op hun poten. Brrr, laat háár maar lekker sneeuwruimen, wíj gaan gauw naar binnen.
Weg zijn ze. (Foto's Prof. Aap)
November 2010

Waarom staan wij zo te glunderen? Omdat we elkaar in de Harry Potterbibliotheek van het klooster in Wittem voor het eerst tegen het lijf liepen en allebei dezelfde prijs hebben: de Gouden Uil voor Jeugdliteratuur. Bas Haring kreeg die superprijs in 2002, voor Kaas en de evolutietheorie. Heel bijzonder want het was de allereerste keer dat die literaire prijs naar een informatief jeugdboek ging. Sindsdien staat zijn boek in mijn boekenkast. Vol strepen en uitroeptekens. Ik heb dat boek indertijd uitgeplozen. Die avond in Wittem nam ik een gesigneerd exemplaar mee van mijn eigen Gouden-Uilboek. Wild verliefd heeft hij vast nog niet, dacht ik. 'Jouw boek? Dat ligt op ons nachtkastje', riep Bas. Mijn avond in die grote, oude kloosterbibliotheek kon niet meer stuk.
(Foto Prof. Aap)
Oktober 2010

Dierentuinarts Jan Bos kreeg in Ouwehands Dierenpark het eerste exemplaar van IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin. Met de ijsberen als getuigen. Je ziet ze op de achtergrond. Bereleuk! Vooral toen een van die ijsberen wild werd. Niet van mijn mooie boek, maar van een hondje! Een meisje hield haar hond tegen de glaswand. De ijsbeer zwom er opgewonden naar toe. Hij begon te grommen en met zijn poten te slaan. Hij sprong op en neer. Sloeg en krabde met zijn reuzenklauwen tegen het glas. De hond staarde ´m verbijsterd aan. Opeens keek de ijsbeer omhoog, alsof hij over de hoge glasrand wilde springen. 'Hij heeft trek in een hondje', riep ik door de microfoon. 'Nee, die ijsbeer wil met 'm spelen,' zei een mevrouw. We hebben het maar niet uitgeprobeerd.
(Foto Prof. Aap)
September 2010
Zoo Park Overloon? Tot voor kort nooit van gehoord! Maar het is een mooi, verrassend dierenpark bij Venray in Noord-Brabant. Met veel ruimte en natuur. Volgens mij hebben de dieren het goed naar hun zin. Je loopt dwars door het terrein van de kangoeroes. Ze knabbelen aan een grasspriet, boksen met elkaar en liggen langs het pad te luieren. Eentje staarde me een beetje suffig aan. Moet je die dikke staart zien! Eén bonk spieren. Zijn leunstok. Ik kwam een miereneter tegen. Die zie je niet vaak in een dierentuin. Zijn lange, puntige snuit verbergt een tong van een halve meter. Daarmee wriemelt hij in mierenhopen. 'Steek je tong eens uit', riep ik. Maar dat vertikte hij. Ik zag een klein stukje tong
toen hij aan een steen likte. Net een zwiepende worm. Verder hield hij zijn snuit potdicht.
(Foto's Prof. Aap)
Augustus 2010
In het Belgische Hasselt ligt de grootste Japanse tuin van Europa. Door Japanners aangelegd. Die tuin wilde ik zien. Een mooie tuin, maar toch... alles was zoo00 netjes! Het gras gemillimeterd. Overal tere bamboe-hekjes. Dennenbomen kortgesnoeid en ingewikkeld met stokken gestut: onnatuurlijk. Hier en daar een rotsblok. In de enorme vijver zwommen enorme Japanse koi-karpers. De meeste prachtig gekleurd. Maar ook witte bleekscheten. Die krijgen van mij geen schoonheidsprijs. En hongerig dat ze waren! Ze spartelden zelfs de waterkant op. Met open bek bedelden ze om een broodje. Je keek zo hun slokdarm in. Ik had koi's nog nooit van zo dichtbij gezien. In die rustige Japanse tuin waren zij de enige die wild waren. Maar geef mij maar een echte wilde tuin! (Foto Prof. Aap)
Juli 2010
IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin uit 1997 krijgt in oktober een nieuwe kont. Ga tegen die tijd maar eens naar het omslag kijken! Hartstikke leuk! Het is een van mijn mooiste boeken. Dat komt door die prachtige illustraties en de speciale vormgeving. Deze zomer keek ik of alles in het boek nog klopte. Ik belde met dierenartsen en -verzorgers en ging bij een paar dierentuinen naar draaikonten kijken. Zoals Avifauna in Alphen aan den Rijn. Daar ben ik eerder geweest, maar 'k was vergeten hoe leuk dit vogelpark is. Je ziet knaloranje flamingo's, struisvogels die je met grote ogen (+ mooie lange wimpers) aanstaren, pelikanen met slappe onderkinnen, pinguïns die hele haringen opslokken. Er zijn spectaculaire roofvogelshows. Honingpapegaaien mag je voeren met een bekertje nectardrank. Super! Ze kwamen van alle kanten aangezeild en vlogen me bijna omver. Met een zwart tongetje likten ze fladderend en krijsend mijn bekertje leeg. Tot de laatste druppel. (Foto Prof. Aap)
Juni 2010
Maandagmorgen. De telefoon. Prof. Aap neemt op. 'Voor jou', zegt-ie. 'Wie?' Gemompel: '... een mevrouw...' Ik hoor iemand zeggen: 'Het is niet onze gewoonte u rechtstreeks te bellen. We bellen altijd eerst de uitgeverij. Maar die is onbereikbaar. Mag ik u van harte feliciteren? U heeft voor Wild verliefd een Zilveren griffel gekregen.' 'O', zeg ik. Eh, eh ... hartstikke mooi! Super!' Einde gesprek. Toen een knuffel van Prof. Aap. Ik bel de uitgeverij. Geen gehoor, technische storing. De e-mail doet het wél. Even later belt de uitgeefster met haar mobieltje en roept enthousiast: 'We hebben net een sticker van De Gouden Uil op je boeken geplakt. Nu komt er nóg een sticker bij! Wild verliefd wordt een stickerboek!' (Foto Ditte Merle)
Mei 2010
Onze vijver is zo lek als een mandje. Het begon vorig jaar, in de herfst. Heel langzaam liep de vijver leeg. O jee, straks is er geen druppel over! Waar moeten de vissen, salamanders, kikkers en al die kleine waterbeestjes overwinteren? En onze waterplanten? Help! Gelukkig is de vijver niet helemáál drooggevallen. Ergens moet een gat zitten in het vijverplastic. Maar waar? Een lastig klusje voor Prof. Aap. Hij zoekt gaatjes... maar hij vindt beestjes! 'Ditte, kijk, een gekke spin!' Een spin met een balletje? (Zie foto.) Dat is een wolfspin. Als het vrouwtje eitjes legt, spint ze er een balletje omheen: een cocon. Die sjouwt ze een paar weken mee, tot de eitjes uitkomen. Ze bijt de cocon stuk en de jonkies klauteren op haar rug. Zo'n wolfspin met een rug vol jonkies heb ik nog nooit gezien. Prof. Aap ziet beestjes maar geen gaatjes. (Foto Prof. Aap)
April 2010

Mijn boek Wild verliefd verhuisde naar de shortlist van De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2010 (zie actueel februari). Dat is de mooiste literatuurprijs van België. Wie van de vijf genomineerden zou met die prachtige prijs naar huis gaan? Je ziet het op de foto. Wat was dát een verrassing! Die Gouden Uil gaat bijna nooit naar een informatief boek. Dus ik dacht: dat wordt niks. Het feest begon in Antwerpen om 12 uur 's middags met champagne en een drie-gangen diner. Ja, die Vlamingen weten hoe ze een feestje moeten vieren. Daarna de prijsuitreiking met muziek, grappen en toespraken. Tot het laatst toe hield de jury iedereen in spanning. Na de bekendmaking voelde ik me een celebrity. Fotografen en journalisten kwamen aangestormd. Gelukkig was prof. Aap mee. Kon hij mooi die loodzware uil sjouwen (die ik bij de uitreiking bijna liet vallen). (Foto Marcel van Hoorn)
Maart 2010

Dieren geven plezier. Maar als je poes, je hond, konijn of cavia doodgaat, dan is er verdriet. Het is uit met de pret. Je kunt lang van slag zijn. Je hebt met het dier een band. Je speelt en knuffelt, verzorgt en vertroetelt. Poezen geven kopjes. Ze komen gezellig op schoot of kruipen bij je in bed. Honden zijn trouw. Ze kwispelstaarten de kopjes van tafel. Komen de krant brengen. Staan op je te wachten om uitgelaten te worden. Ook als je konijn of cavia het hoekje omgaat, ben je van de kaart. Allemaal lieve dierenvriendjes. Ze leven meestal korter dan jij. Dan moet je ze voorgoed missen.
Het toppunt van verdriet?
Dat is waarschijnlijk een mens die doodgaat. Het overkwam mij deze maand. Dat is snikken geblazen. Daar kan het verdriet om al die poezen, geiten, schapen, konijnen, cavia's, kippen, ganzen, eenden, kanaries, vissen, wandelende takken, muizen, woestijnratjes en hamsters die ik in mijn leven heb gehad en zijn gestorven, niet tegenop. (Foto Rudy Brautigam)
Februari 2010

Een herinnering. Jaren geleden reisde ik vanuit het verre Limburg naar Amsterdam. In een groot bruin café (Arti et Amicitiae) keek ik 's morgens om half 11 suf om me heen. Mijn boek IJsberen stond op de 'longlist' van 16 genomineerden voor de Gouden Uil, een Vlaamse literatuurprijs. Om 11 uur zou bekend worden welke drie van die 16 boeken op de 'shortlist' kwamen. Uit die drie zou dan één auteur de Gouden Uil krijgen. Ik zat daar met de uitgever, de illustrator en prof. Aap. Ook zag ik auteurs en journalisten in het café. Een meneer (ik dacht) Jan Blokker scheurde gehaast een envelop open, las de genomineerden voor, stak het papier in zijn zak en alles was ineens afgelopen. Mijn boek zat er niet bij. Zo stonden we op die druilerige maandagochtend in Amsterdam weer snel buiten. Wat een stomme uilen! Dit jaar staat mijn boek Wild verliefd op de longlist voor de Gouden Uil. De shortlist wordt bekend gemaakt tijdens een programma op de Vlaamse radio. Ik hoef nu alleen de radio aan te zetten. Wel zo makkelijk!
Januari 2010
Meer dan 30.000 mensen (ook veel kinderen) deden mee met de vogeltelling. Een half uur vogels tellen die je ziet in de tuin of op het balkon. De huismus werd het meest geteld. Maar niet door mij! Geen mus te zien! Mijn eerste vogel die langskwam, was een nieuwsgierig roodborstje. Verder telde ik: 1 ekster, 4 houtduiven, 3 Turkse tortels, 2 kraaien, 3 merels, 2 koolmeesjes en 1 staartmees. Waar zaten al die andere vogels die ik geregeld in de tuin zie? Kramsvogels (zie foto), pimpelmezen, spreeuwen, gaaien, spechten, mussen, winterkoning, lijsters, fazanten, vinken, reigers, buizerds, sperwers, torenvalken en meer. Volgens mij zaten ze ergens anders... elkaar te tellen. (Foto Ditte Merle)