actueel

startpagina
actueel 2005
actueel 2006
actueel 2007
actueel 2008
actueel 2009

 

 

Oktober / November 2017

Thé Tjong-Khing tekent elke dag. Al meer dan 80 jaar. Hij illustreert kinderboeken. Zijn illustraties hingen levensgroot in Heerlen op een tentoonstelling. Moet je die kleine Assepoester zien op die o zo grote, lange, rode trap. En die lamp! Het is net of-ie echt brandt. Ja, Khing (dat is zijn voornaam) kan er wat van! Vanwege die tentoonstelling kwam hij naar Heerlen om een lezing te geven. Ik erheen met een groepje Limburgse illustratoren, voor wie hij een lichtend voorbeeld is, de ‘grote meester’. Khing vertelde over zijn werk. Het liefst tekent hij drama’s: moord, doodslag, ongelukken, valpartijen, ruzies... Twee mensen die een praatje maken: niks aan! Er moet iets gebeuren. Het was indrukwekkend om hem live te zien tekenen. Eerst tekende hij een baby. Door steeds lijntjes weg te gummen en toe te voegen, veranderde de baby in een kleuter, in een zesjarige, in een puber... en uiteindelijk was die baby een oude man met een stok.
Voordat de lezing begon, drentelde Khing door het gebouw. Ik liep op hem af en zei dat ik een boek van hem had meegenomen. Of hij wilde signeren. Hij ging meteen zitten en toverde
een pen tevoorschijn. Het was duidelijk dat hij liever tekende dan dat hij wachtte tot hij het podium op moest. "Wat voor hobby's heb je?" "Schrijven", zei ik. "Over de natuur." Dat was niet het goeie antwoord. Nee, hij bedoelde andere hobby’s. Dus ik stak van wal: muziek maken, de natuur in, wroeten in de tuin, ik ben gek op kleine beestjes... "Ho ho, ik weet genoeg. Ga maar even op die kruk zitten, met je gezicht naar opzij." Toen begon hij te tekenen. Zijn vrouw keek nieuwsgierig mee. Khing observeerde me van kop tot teen. Keek naar mijn broek (zwart) en mijn schoenen ("hm, een zool met een licht randje").

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Toen hij klaar was: "O, de griffels en de gouden uil moeten er nog bij. Maar… ik weet niet hoe ik die uil moet tekenen. Hij is van goud hè?" Hup, hij krabbelde twee griffels onder mijn arm en een uil met een stralenkrans. Kijk, zoiets kun je maken als je illustrator bent. Een illustrator van goud. (Foto's Prof. Aap) 

 

Juli / Augustus / September 2017

Bij mijn keukenraam hangt onze snackbar voor vogels. Kool- en pimpelmeesjes vliegen af en aan. Zo ook de bonte specht en soms een ekster. Die hakken erop los, maar de snackbar is hufterproof. Vet en graantjes vallen tijdens de maaltijd op de grond. Dat weten de heggenmussen. Zij zijn de schoonmaakploeg. Ze scharrelen driftig rond en ruimen de restjes op.
Deze zomer kreeg onze snackbar een nieuwe klant. Eentje die klimt als de beste: mevrouw de bosmuis. Kraaloogjes, grote oren, lange staart. Ze klauterde vakkundig langs de gladde, metalen staven omhoog om haar buikje te vullen. De mezen keken raar op en fladderden opgewonden om haar heen. Wat is dát voor vreemde vogel! Weg jij! De muis knabbelde rustig haar buikje vol. Ook zij wil een kant en klaar snackie in haar bekkie!
(Foto Prof. Aap) 

 

Maart / April / Mei / Juni 2017



(Foto's DM) 
Metselbijen zoeken diepe gaatjes. Daarin bouwen ze h
un nest. Vaak in een holle stengel van riet of bamboe. Maar... ook in de ronde gaatjes van mijn tuinslanghouder! Helemaal achter in het gaatje legt de metselbij een kluitje stuifmeel met daarop haar eerste eitje. Ze metselt een muurtje van vochtig zand of leem. Een piepkleine, afgesloten kinderkamer. Daarna haalt ze nieuw stuifmeel. Ze legt een tweede eitje en metselt een tweede muurtje. Dan weer stuifmeel met een eitje en het derde muurtje. Piepkleine kinderkamers op een rij. Dat gaat zo door tot helemaal vooraan. Daar komt het laatste muurtje: de voordeur. Die blijft in de herfst en de winter gesloten. Zie je op de foto dat er al een paar deuren dicht zijn? De larven die uit de eitjes komen eten het stuifmeel en verpoppen. Pas volgend voorjaar knagen ze de deuren open en vliegen als jonge metselbijen de wijde wereld in. Metselbijen zijn zachtaardig en… superbelangrijk. Ze bestuiven heel veel bloemen. Vooral de bloemen van fruitbomen. Appels, peren, kersen. Zonder metselbijen geen goeie oogst. Wat mij betreft mogen ze overal in mijn tuin gaatjes dichtmetselen.



Januari / Februari 2017

Even voorstellen: de Sjpek en Ei sjpaskapel uit Heële (= Heerlen). Sjpas komt van het Duitse Spass en betekent plezier en gekkigheid. Kapel is een mooi woord voor orkestje. Sjpek en Ei is een ongeregeld zootje muzikanten, dat voor vrolijkheid zorgt. Sinds vorig jaar mei spelen Prof. Aap en ik mee. Prof. Aap op de tenorsax en ik op de banjo. De 11de van de 11de maand, 11 november dus, begint het carnavalsseizoen. Sjpek en Ei speelt carnavalskrakers en meezingdeuntjes, dus vanaf november vorig jaar was het topdrukte. We deden mee met het Heerlense Sjlagerkonkoer (= een Limburgse-liedjeswedstrijd; klik hier). Niks gewonnen. Maar... meedoen is leuker dan winnen, want anders waren we per ongeluk beroemd geworden! Met de Stadsprins en zijn Raad van 11 kwamen we op allerlei scholen. Alle kinderen verkleed en geschminkt in polonaise achter ons aan. Dat is weer eens wat anders dan een schoolbezoek met een zware tas boeken. Ook speelden we in zalen vol bejaarden. Overal waar we kwamen, gingen die oudjes uit hun dak. Ze hosten, zongen en hingen van enthousiasme in de gordijnen. Ze zeggen dat de kinderen van tegenwoordig zo druk zijn. Nou, bejaarden kunnen er ook wat van. Die krijg je echt niet stil! Af en toe ploften ze neer om uit te hijgen. Dan toeter je even in hun oor of ik geef een ram op de banjo. Hup, ze springen weer overeind om sjpas te maken.

 

December 2016

Een op afstand bestuurbaar engeltje... een van de leuke kerstkaarten die ik ontving. Zoiets had ik met kerst best willen zien! De tekenaar is Gerhard Glück. Wel eens van gehoord, maar ik kende hem niet goed. Dus even op internet zijn naam ingeklopt. Ze noemen hem een 'Meister der Komischen Kunst' (in het Duits, want hij is Duitser). Hij maakt cartoons voor kranten, tijdschriften en boeken. Vaak grappig en origineel. Vanaf deze kerst heeft hij er een fan op afstand bij, niet bestuurbaar! (Cartoon Gerhard Glück) 

 


 

November 2016

Een wespennest volledig uitgegraven en geplunderd. Dat had ik nog nooit gezien! Overal lagen stukken raat. Welk dier heeft dat gedaan? De das valt af. Die woont niet in mijn tuin. De wespendief valt af. Die vliegt hier niet. Een marter misschien? Die voelt zich bij mij thuis. ´s Avonds schiet hij langs m'n raam en kijkt nieuwsgierig naar binnen. Maar of een marter wespennesten uitgraaft? Ja! Ik vond een YouTubefilmpje met het bewijs. Ik hou het op een marter. Ik zou het anders niet weten. Bij het filmpje stond dat die marter zijn buikje vult met honing. Maar dat klopt niet. Wespen leggen geen honingvoorraad aan zoals bijen. Daarom gaan wespen in de winter dood. Ze hebben niets te eten. Marters eten de larven die in dat nest zitten. Wat zijn marters slim. Ze zien wespen via een gaatje de grond in- en uitvliegen en weten: als ik hier graaf, kom ik bij een eersteklas restaurant met heerlijke, voedzame snacks. Netjes opgediend in zeshoekige raten. (Foto Prof. Aap) 


September / Oktober 2016

Een slaperige uil? Nee, een bevroren uil! Op de foto is hij net uit de diepvries. Toen hij nog warm maar dood was, vond mijn zangvriendin hem in haar tuin. Er zaten twee pluimpjes op zijn kop. Zij dacht: dat lijkt een oehoe! Maar een oehoe is een maatje groter. Het bleek een ransuil. De dode uil verhuisde van haar tuin naar de vriezer. Ik mailde Frans, een dierenarts met als hobby dieren opzetten. Laatst gaf hij me nog drie opgezette teken. Beter een opgezette teek cadeau, dan een levende teek! "De uil die ik eerder opzette, daar kwam de mot in," mailde Frans terug. En zo reden we, met koeltas op de achterbank, naar mijn zangvriendin met haar bevroren uil in de vriezer. Hij kwam er verfomfaaid uit. "Als de uil ontdooid is, zie je pas goed hoe zijn conditie is," zei Frans geruststellend. "Maar eerst moet ik naar de politie om hem te laten registeren. Dat is verplicht bij beschermde dieren. Anders mag ik hem niet in huis hebben en opzetten." Nu maar hopen dat deze ransuil zó ranzig smaakt, dat de motten hem niet lusten! (Foto DM)





 

Juli / Augustus 2016


(Foto's Prof. Aap)

Wat een uitputtingsslag! Na een worsteling versloeg ik een slang van tientallen meters! Zijn naam is gele plomp. Hij is familie van de waterlelie: grote bladeren en gele bloemen. Zo'n 15 jaar geleden zette ik een mini gele-plompplantje in de vijver.
Hij had het meteen naar zijn zin. Elk jaar meer bladeren en bloemen. En maar groeien en jonkies maken... Tot de vijver was volgeplompt. Je zag nauwelijks nog water. Diep onder water kronkelden zijn dikke, geschubte slangenwortels. Je raakt erin verstrikt als je zo'n gele plomp te lijf gaat. Trek hem maar eens op het droge! Dat is sjorren en slepen en veel spierballenvertoon. De staart van de slang kreeg ik niet te pakken. Dus écht verslagen is hij niet. Hij is en blijft de baas en groeit weer aan. Nou ja, over 15 jaar zien we wel. Eens kijken hoe het dan met die woekeraar gaat... en met mijn spierballen (die moet ik nu wel blijven trainen). 

 


Juni 2016

Laatste nieuws! De familie Eend (zie april/mei) is met de noorderzon vertrokken. 's Morgens zijn moeder eend en haar 9 kuikens nog gevoerd. Een paar uur later was de hele familie spoorloos. 
Tien jaar geleden bivakkeerde er ook een eendenfamilie in mijn vijver. Moeder eend en 12 eendjes. Ook zij verdwenen na een paar weken. Het zal zo horen. Hoe goed ze het hebben, ze gaan de wijde wereld in. Ze willen wat beleven. Nou, dat zullen ze zeker! Nog zo klein en niet kunnen vliegen... hoe loopt dat af? Ik hou m'n hart vast.
(Foto DM)



 

April / Mei 2016


(Foto's Prof. Aap)

Verborgen tussen de struiken langs mijn vijver, legde moeder eend elke dag een ei. Elf in totaal. Ze broedde en broedde,
vier weken lang. En op een zonnige lentedag plonsden er 9 eendjes in de vijver. Ze had het strikt geheim gehouden. Niemand had iets in de gaten. Ik ook niet. Ja, er zwom wel eens een eend in de vijver. Maar dat gebeurt het hele jaar door. Die eend vliegt dan weer weg. Zij blijkbaar niet. In het nest bleven twee eieren achter. De volgende dag waren ze verdwenen, meegenomen door een rover met knorrende maag. Moeder eend is waakzaam. Als we de jonkies voeren op het terras, eet ze niet mee en staat ze op de uitkijk. Zodra er een grote vogel overvliegt, kwekt ze de eendjes bij elkaar. Pijlsnel waggelen ze het water in. Uitrusten en slapen doet de eendenfamilie op een eilandje in de vijver. Na een dag of drie vloog moeder eend weg en liet haar kleintjes alleen. Een kwartier later kwam ze terug met een mannetje achter zich aan. Alsof ze hem naar de vijver had gelokt: 'Kijk, hier is je nageslacht!' Meneer had het gauw bekeken. Eendenmannetjes laten alle zorg graag aan de vrouwtjes over.                                                                                       

                                                                   

Januari / Februari / Maart 2016

Een onuitroeibaar plantje: veldkers! Mijn tuin staat er elk jaar vol mee. In juni, als de zaadjes rijp zijn, hoef je maar tegen dat plantje te tikken en er springen honderden zaadjes weg. Overal schiet dat onkruid nu weer de grond uit. Afgelopen tijd schreef ik een boekje over wildplukken (= iets wilds plukken en opeten). Als je daarover schrijft, ga je zelf ook wildplukken. Dus proefde ik een paar blaadjes veldkers. Hé, maar die zijn lekker! Pittig, peperig, een beetje radijsachtig. Op internet stond dat veldkers hartstikke gezond is. In de winter zijn de blaadjes jong en op hun best. Hup, in de sla, in de soep, in de kruidenboter, in de wokpan. Een broodje kaas en wat veldkers erop, heerlijk. Vroeger ging de veldkers naar mijn geiten. Vanaf nu ga ik zelf grazen. Mèhhh.
(Foto DM)



 

November / December 2015

Ik kwam een vreemde pan tegen. Een  'ontsapper'. Ik kende 'm niet, maar nu wel. Een super-uitvinding! Hij bestaat uit drie pannen op elkaar. De bovenste pan is een pan met gaatjes, daar gaan mijn appeltjes in. In de emmers zit het laatste restje van m'n appelboom. In de onderste pan moet water. Zodra het water kookt, trekt de waterdamp omhoog door de appels en die 'ontsappen'. Hun sap druppelt dan, via de gaatjes, in de middelste pan en stroomt uit het slangetje hup de fles in. Appelsap dat je lang kunt bewaren. Ik heb ook druivensap gemaakt. Allerlei fruit kan in die pan. Wie weet wat nog meer! Ik ga experimentjes doen. Iemand noemde die pan een piemelpan. Heel wat leuker dan 'ontsapper'. Soms is het inderdaad gepiemel. Die piemelslang wordt gloeiend heet door het sap en springt vrolijk uit de fles. Help! Mijn ontsapper is een ontsnapper!

(Foto Prof. Aap)
 

 

 

September 2015


(Foto Prof. Aap) 

De plantengroei in mijn vijver moet ik indammen. Anders groeit de vijver dicht. In mijn waterdichte vijverpak sta ik te knippen en te sjorren. Het leukst vind ik al het gefladder en gekrioel om me heen. Libellen, vlinders, schrijvertjes, waterslakken, waterspinnetjes en -kevers, jonge salamanders... Ook dikke, groene kikkers op de leliebladeren. Ze blijven rustig zitten, al ben ik vlakbij. Ik zou ze een kusje kunnen geven. Maar... ik heb al een prins. De bodem van de vijver loopt schuin af en is hier en daar spiegelglad. Schuifelend probeer ik mijn evenwicht te bewaren. Laatst zei iemand: "Pas maar op met dat visserspak van je. Als je valt, loopt dat pak meteen vol water en kom je niet meer overeind. Je zinkt als een baksteen naar de bodem." Ik moet dus oppassen. Als ik val, geef ik die kikkers toch maar snel een kusje. Dan zit de vijver vol met prinsen die me redden. Komt goed!


Juli 2015

Vanaf de bovenverdieping van ons huis kijken we over het veld waar de kippen lopen. In de verte zien we een grote bruine poes door het gras sluipen. Maar wat heeft-ie een enorme staart! O nee... het is geen poes! Het is een vos! Zomaar op klaarlichte dag en onze kippen scharrelen overdag vrij rond. Als een dolle rennen we naar beneden en zien de staart van de vos nog net over het hek verdwijnen. Voorzichtig kijken we om ons heen. Ach, kip Grijsje ligt dood op het terras. En kijk daar: Bruintje ligt dood in de ren. Zou Zwartje zich verstopt hebben? In de verte bij de pruimenboom wappert eenzaam een bergje zwarte veren. Ook Zwartje is naar de kippenhemel. Het is in een mum van tijd gebeurd. De kippen hebben geen kik (en geen kakel) gegeven, wat ze altijd doen bij gevaar. Ze lagen er vredig bij. Een druppeltje bloed bij hun hals. De vos had ze vakkundig in hun nek gebeten. Einde van mijn leuke kippenfamilie. Dag kippen...
(Foto Prof. Aap) 

 

Na afloop liep ik door het gras. Bijna trapte ik in een verse drol (met krul). Een vossendrol. Zie je die kersenpitten? Vossen zijn alleseters en eten in de zomer veel fruit. Die drol doet me denken aan een politieagent die vertelde dat dieven soms zó nodig moeten poepen, dat ze het niet kunnen ophouden. Waarschijnlijk door de stress. Mensen bij wie is ingebroken vinden dan een mensendrol in hun huis (bv. midden in de kamer) of ergens in de tuin. Misschien had de vos ook stress en moest hij accuut poepen. Of hij wilde zijn gebied met een mooie drol afbakenen: 'dit kippenweitje is verboden voor andere vossen.' Hoe dan ook, hij liet een souvenir achter. Met een luchtje.
(Foto Prof. Aap) 


 

Mei / Juni 2015


(Foto Prof. Aap) 

Elk jaar zwemt er in de lente een eendenpaar in mijn vijver. Mannetje en vrouwtje komen op een dag aanvliegen en landen met een grote plons. "Hallo, daar zijn we weer!" Ze zwemmen rond, duiken tussen de waterplanten en slobberen allerlei lekkers naar binnen: eendenkroos, algen, insecten, ook mijn kikkervisjes. Vaak maken ze samen een wipje. Ze blazen na afloop uit en poetsen hun veren. Met luid gesnater vertrekken ze weer: "kwaaaak... tot morgen!" In al die jaren is er bij de vijver één keer een nest met eieren uitgebroed. Dit jaar hield het vrouwtje het na 3 eieren (in plaats van 10-15) voor gezien. Twee meter boven het nest hangt in de boom een voederhuisje waar eekhoorns pinda's halen. Eekhoorns lusten op z'n tijd een eitje of een jong vogeltje. Wegwezen, zal moeder eend hebben gedacht. Hier ga ik mijn kinderen niet grootbrengen! Ze is verhuisd naar hopelijk een betere plek. Het voederhuisje is inmiddels ook verhuisd. Wie weet volgend jaar... komt ze het nog eens proberen.


 

Maart / April 2015

Dierentuinen... hoera, ik ben er gek op. Toen ik 'IJsberen en andere draaikonten' schreef, bezocht ik er heel wat. En nog steeds: waar ik ook kom, ik kijk eerst of er een dierentuin in de buurt is. Het is toch super dat je voor pinguïns niet met een bootje naar de Zuidpool hoeft te peddelen. Of voor stokstaartjes het vliegtuig moet pakken richting Afrika. Zonder verre reis kun je op safari. Zoals in Artis. Na een paar uurtjes met het openbaar vervoer ben ik er. Toen Artis 175 jaar bestond, hebben ze een leuk boek gemaakt met verhalen, versjes en tekeningen van allerlei schrijvers en tekenaars (zie het Hoera-omslag). Van mij staan er ook een paar dierentuinverhalen in. Kijk maar in de bieb, daar staat het boek. Als je dit boek leest, hoef je de deur niet uit en lijkt het of je tussen de dieren in de dierentuin loopt.


(Samenstelling Joke Linders,
€ 14,95)   


 

Januari / Februari 2015


(Foto Prof. Aap) 

Hé, een muisje in mijn tuinhuis! Een dag later: twee muisjes! Die eerste nam een familielid mee. Voor je het weet, is je tuinhuis een vrolijk familiehotel. Muizen zijn leuk maar ze poepen en piesen en ze knagen gaten. Dus ik op muizenjacht. Stukje kaas in de muizenval en... meteen hebbes, een bosmuis! Schattig om te zien: grote oren, slimme kraaloogjes en een snuitje met lange snorharen. We keken elkaar nieuwsgierig aan. De muis had honger. Ik gaf hem een pindaatje en noemde hem (natuurlijk) Piep. Een eind verderop liet ik Piep vrij, in de buurt van de composthoop tussen de struiken. De vraag is: kan een bosmuis de weg terugvinden? Dat wilde ik weten. Piep-2 in de muizenval kreeg van mij een drupje oranje nagellak op zijn vacht. Ook hij verhuisde richting composthoop. Een paar dagen later... de derde bosmuis in de val. Precies op de plek van dat likje nagellak, had die muis een klein kaal plekje. Ik geloofde mijn ogen niet. Was het Piep-2? En dat kale plekje? Mogelijk had hij (of een ander, Piep-1?) die haartjes uit zijn vacht geknaagd. Of was het stom toeval? Wie zal het zeggen? Inmiddels is mijn buit opgelopen tot 7 bosmuizen. Misschien wel de hele familie. Wie weet zijn ze vertrokken, want de muizenval blijft leeg. Maar de val staat er nog. Ik ga morgen weer eens kijken.

 

November - December 2014


Kip Kakel, oud en in haar laatste dagen...  (Foto Prof. Aap) 

In memoriam: kip Kakel Kip Kakel was mijn lievelingskip. Zodra ze me zag, begon ze opgewonden te kakelen. Ze kwam met fladderende vleugels aangerend. Als een dolle. Elke dag gooi ik wat graantjes in het gras. De andere kippen beginnen dan meteen te pikken. Kakel deed dat niet. Die at het liefst uit mijn hand. Altijd kon ik haar oppakken en zachtjes aaien. Een knuffelkip. Ze zorgde zonder gekrakeel voor rust en orde in mijn kippenhok. Tijdens haar jaarlijkse broedse periode zat ze gewoonlijk drie weken op het nest. Maar dit jaar nam ze de tijd. Alleen voor eten en drinken kwam ze er even af. Na een week of acht heb ik een paar stenen in haar nest gelegd. Het moest maar eens afgelopen zijn, want alle dagen in je nest blijven liggen... Daarna scharrelde ze weer buiten in het zonnetje. Toch was ze niet de ouwe Kakel. Ze legde nog precies één ei en dat was het. Steeds vaker sliep ze in het laag gelegen legnest. Klimmen naar de hoge zitstok viel te zwaar. Haar gekakel klonk zachter en zachter. Rennen deed ze niet meer. Ook leek het of ze geregeld van het padje af raakte. Ze kon minutenlang naar een muur staren, waar echt niets te zien was. Of ze bekeek de graantjes in mijn hand alsof ze niet wist wat ze ermee aanmoest. Ik vond haar een keer in de schemering ergens in het gras, terwijl de andere kippen al lang op stok zaten. Ik moest haar naar het nachthok dragen. Langzaamaan werd duidelijk... mijn lieve kip Kakel was niet alleen oud maar ook dement. De andere kippen behandelden haar nog steeds met ontzag. Tot het laatst toe bleef zij de opperkip. Op een morgen lag ze vredig, maar dood in haar nest. Ik denk dat ze een jaar of 8 was. Best oud voor een kip. Kip Kakel heeft een goed leven gehad, met een mooie oude dag. En ik had, jarenlang... een onvergetelijke kip! 
                                                                   

Kip Kakel in haar jonge jaren, met kuiken  (Foto Prof. Aap)

 

September - Oktober 2014


(Foto Prof. Aap)

Dertien jaar lang huppelden Mekkie en Betsie in mijn geitenweitje achter in de tuin. Na hun dood (oud en versleten) bracht ik ze naar preparateur Maurice Bouten (klik hier). Inmiddels zijn ze terug van weggeweest. Ja, ze zijn veranderd. Ze missen lichaamsdelen en vanbinnen zijn ze opgevuld met kunststof.  Maar verder zijn ze echt. Hun vacht is echt, hun grappige sikje waar ik vaak aan trok, hun snuit, hun stoere hoorns, hun oren, alles is echt. Zelfs hun ogen. Maar die zijn wel van glas. Bij preparateur Bouten hangen honderden glazen ogen aan de muur. Ik mocht kiezen. Ogen met verticale pupillen, maar die zijn voor katten. Ogen met ronde pupillen, voor een hond of een kip. Ogen in allerlei kleuren. Geiten hebben horizontale pupillen: als dwarsbalkjes. Tussen al die glazen ogen vond ik precies de goeie. Voor de foto heb ik Mekkie en Betsie van de spijker gelicht. Ze hangen in mijn tuinhuisje, met uitzicht op hun geitenweitje... nu kippenweitje. Zo zie ik elke dag mijn trouwe geitenvriendinnetjes. Als ik het tuinhuisje in loop, kijken ze me aan alsof ze me gedag gaan mekkeren. Net als vroeger. Mèèèh! 

 

Juni - Augustus 2014


Een guitalele? Nooit van gehoord! In een gitaarwinkel zag ik 'm hangen en was meteen verkocht. Ik hou van kleine dingen: kleine beestjes, kleine plantjes én (nu ook) kleine gitaartjes. De guitalele is een kruising tussen een ukelele (die nóg kleiner is) en een gitaar. Zo'n dwerggitaartje (ca. 70 cm lang) is makkelijk mee te nemen. Toen ik kortgeleden in de bibliotheek van Tuinwijk in Utrecht was, had ik 'm bij me. 't Is wennen want er is weinig ruimte voor je vingers. Maar mijn getokkel lukt prima, al zeg ik het zelf. Ik vertelde de kinderen over kip Kuifje die geregeld naar de kapper moet, ik haalde uit het Boerenbeestenboek een kippenverhaal van stal en zong met de guitalele een liedje over tante Nel. Die tante Nel ging steeds meer op kip Kuifje lijken, maar dan met rode veren. Aan het eind van het liedje legt tante Nel een prachtig groengespikkeld ei. Ze is als kip heel tevreden. Net als kip Kuifje. Vooral als zij netjes geknipt is en de kuif niet meer voor haar ogen zwiept.


April - Mei 2014

In April, rond Pasen, klonk in ons land zo'n  150 keer de Matthäus Passion. Een bijbels verhaal, in 1729 op muziek gezet door Johan Sebastiaan Bach. Oude muziek... maar een gouwe ouwe. Veel mensen vinden die ouwe topper het mooiste en geniaalste stukje muziek dat ooit is gemaakt. Ik kende het niet goed. Prof. Aap luisterde er vaak naar, ik niet. Maar nu kan ik die muziek dromen! Ik zong met 'mijn' koor de Matthäus in de Schouwburg van Heerlen. Drie maanden lang elke week oefenen. Langzaamaan steeg de spanning. Vooral bij de dirigent. Die sprong af en toe uit zijn muzikale vel. Hij riep: 'Jullie razen maar door! Jullie gaan véél te snel! Jullie moeten niet in je bóek kijken, maar naar míj; ík geef het tempo aan, niet jullie! En ik heb al 100 keer gezegd welke woorden je heel zacht moet zingen. Jullie verknállen dat stuk! Opnieuw!!!' En hup, dan begonnen we weer (en weer en weer).

Het muziekboek van de Matthäus Passion is 175 bladzijden dik. De Matthäus duurt meer dan drie uur. Het koor hoeft niet al die tijd op haar pootjes te staan. Is het koor aan de beurt, dan staat het koor op. Tegelijk opstaan, dat moesten we oefenen. De één stond op terwijl de ander nog zat. De stoelen kraakten. De dirigent deed voor hoe we mooi moesten opstaan. Ik kan dat nu netjes en beschaafd. 'Denk eraan', zei hij, 'als er gezongen wordt dat Jezus sterft, moet het MUISSTIL zijn. Blader op dat moment NIET in je muziekboek! Ga tijdens het concert nooit wild in dat boek bladeren.'

Om niets te vergeten, schreef ik van alles in mijn boek. Wannneer je hard of zacht moet zingen, of je de woorden aan elkaar zingt of los van elkaar, wanneer je even moet stoppen of ademhalen.


De schouwburg was tot de nok gevuld: meer dan 1o00 mensen. Ging het allemaal goed? Ruim drie uur later klonk een uitbundig applaus. Of Bach zelf ook zo zou hebben geapplaudiseerd, weten we niet. Misschien vond hij het niks en zou hij zijn tong hebben uitgestoken (zie schilderij). Ik hoorde dat mensen moesten huilen van ontroering: zo mooi en indrukwekkend vonden ze het. Maar een oude vriend van mij viel als een blok in slaap. Die vond het saai. Toen het koor ging donderen en bliksemen (in het Duits, want Bach was Duits), schoot hij overeind. Net daaraan vooraf, zongen de sopraan en de alt dat de held van het verhaal wordt vastgebonden en weggevoerd, heel verdrietig. Daarna begint het onheilspellend te onweren. Klik hier om dit te horen en te zien.

Er zong een kinderkoor mee. In de coulissen zag ik de kinderen met elkaar stoeien. Maar toen ze moesten zingen, liepen ze braaf naar het midden van het podium; ze staan vlak voor het koor. Klik op hun witte overhemdjes en ze zingen hoog boven het koor uit, als engeltjes.  

Weet je wat ook super was? Tijdens het applaus mocht ik een bos bloemen geven aan de tenor. Een pittig mannetje + buik(je). Hier loop ik (als 4e in de rij) naar hem toe... een beetje voorzichtig want zo'n podium is spekglad. Ik kwam die tenor van tevoren, tijdens de pauze, tegen. 'U krijgt van mij na afloop een bos bloemen. En eh... vindt u het goed als ik u dan een zoen geef?' Je weet niet of zo'n man daar prijs op stelt. Hij keek me aan, begon te glunderen en zei: 'Ja, héeeeeél graag zelfs!' Nou, hij kreeg drie dikke klapzoenen (én de bos bloemen). Die had-ie verdiend.



December 2013 - Maart 2014


Records van dieren: mijn zoveelste boekje in de serie Mini Informatie ligt weer in de bieb. Ik heb even geteld: het is het 56-ste deeltje dat ik sinds 1985 schreef. Ik vind het nog altijd leuk om te doen, dus ben nog niet uitgeteld. Ik maakte de afgelopen jaren een eigen mini-serie. Taal van dieren, Neuzen van dieren, Reizen van dieren, Jonkies van dieren, Hulp van dieren, Geluiden van dieren, Staarten van dieren, Records van dieren... Kijk maar als je in de bieb bent. Nu werk ik aan het boekje 'Dood van dieren', over wat er allemaal gebeurt als een dier doodgaat. Met dit laatste boekje wordt mijn mini-serie begraven. De redacteur vroeg of ik iets nieuws wilde bedenken voor Mini Informatie. Dus er komt over een tijdje een nieuwe Mini mini-serie tot leven.

 

 

Oktober / November 2013


Zoekplaatje: waar sta ik? (Foto Prof. Aap)
Mijn allereerste officiële optreden als... aanstormend koorzangtalentje singing.gif. Met een daverend orkest in de schouwburg van Heerlen. De foto is het bewijs. Nee, ik ben niet die deftige mevrouw met dat zangboek onder haar arm. Zij was de solo-zangeres. Even goed zoeken en je ziet me ergens in een hoekje. Sinds januari van dit jaar zing (ofwel piep, galm, ...) ik bij een koor van meer dan 1oo man + vrouw. Mijn vuurdoop in het theater was hartstikke leuk en spannend. Bijna had ik van de zenuwen mijn muziekboek opgevroten en was er een brulkikker uit m'n keel gesprongen. Bij zo'n concert mag je geen parfum gebruiken, want die walm slaat op de kelen. Kleding zwart, geen laag decolleté of glitteroorbellen, dat zou de toeschouwers afleiden van de muziek. Je hebt een vaste plek. Als je met meer dan 100 man het podium opmarcheert, moet je precies op die plek van jou uitkomen. Anders wordt het een zootje. Dus het hele koor staat van te voren in lange rijen in goeie volgorde in de coulissen. Je loopt (hopelijk) zonder struikelen het podium op en houdt allemaal je muziekboek op dezelfde manier vast. We stonden in vijf rijen op een soort brede trap. Elke rij een stukje hoger, zodat alle koorleden de dirigent  zien. Mijn plek was de derde rij rechts aan de rand (randfiguur dus). Het was even oppassen om niet door ellebogenwerk van die verhoging naar beneden te donderen. Na afloop groot applaus. Buigen? De dirigent buigt en de solisten mogen ook buigen, zoals die mevrouw in die sjieke jurk. Het koor buigt niet. Dat schijnt zo te horen. Ik moest me inhouden, want buigen vind ik altijd leuk. Dan voel ik me een echte ster!



Augustus / September 2013



Intelligentietest voor eekhoorns (Foto Prof. Aap)

Het duurde een week of drie voor de eekhoorn zijn nieuwe voerbakje ontdekte. Ik was benieuwd hoe snel hij mijn pinda's te pakken kreeg. Razendsnel! Na een korte inspectie duwde hij hup het deksel omhoog, stak er twee pootjes in en grabbelde er een pinda uit. Sindsdien komt hij af en toe een pindaatje scoren. Soms knabbelt-ie 'm ter plekke op: pinda uit het vuistje. Meestal neemt-ie de pinda mee in zijn bek. Waarheen? Op het terras ruimde ik wat aarde op bij een bloempot met geraniums. De volgende dag lag bij een andere bloempot ook wat aarde. Ik keek nog eens goed en zag dat de eekhoorn mijn pinda's verhuisd had van het voerbakje naar de bloempotten. Hij begraaft ze tussen mijn mooie geraniums. Grappig. Maar als verhuizer maakt hij er wél een zootje van!


Mei / Juni / Juli 2013


Ra ra wat zijn dat voor groene dingetjes? (Foto Prof. Aap)

De 30-meter hoge populieren in onze tuin moesten worden gekortwiekt want bij elke storm hield ik mijn hart vast. Soms braken grote takken af. De bomenman zei: 'ik ga die bomen kandelaberen.' Kandelaberen? Met veel kunst en (nog veel meer) vliegwerk zaagde hij de bomen 2o meter korter: als een ouderwetse kandelaar. Dat was tegelijk het einde van twee prachtig groene maretakken die op de zijtakken groeiden. Maretakken brengen geluk en nu zijn ze weg! Snik. Maar ik heb hoop dat ze terugkomen. Prof. Aap smeerde plakkerige maretakbesjes tegen de schors van de ingekorte populieren. En kijk... kleine groene stengeltjes waaruit worteltjes moeten groeien! Een prima teken. Nu moeten die worteltjes zich nog in de schors wurmen. Dat is voor een maretak het moeilijkste. Volgens mijn plantenboekje moeten de jonge maretakjes elke dag besproeid worden met gedestilleerd water. Elke dag... tot in oktober. Anders drogen ze uit of waaien ze weg. Ja, je moet er iets voor over hebben. Dus staan er ladders tegen de bomen.  Prof. Aap klimt (als volleerde aap) elke dag met een plantenspuitje de boom in. Als de plantjes er in oktober nog zijn, is de kans groot dat dit experiment gaat lukken. Dan krijgt Prof. Aap van mij een zoen... onder de maretak van de gekandelaberde populier. Is die ouwe aap daarom zo druk bezig?

Maart / April  2013

Ik kocht voor mijn zus een 'vet coole' das tegen de kou. Toen ze 'm uitpakte en enthousiast om haar nek wilde draaien, zagen we iets bruins. Ik dacht aan een uitgedroogd knopje van een tak of zo, en begon te peuteren. Mijn zus: 'Het is een beest!' Van schrik gaf ik een gil en gooide het dingetje in de lucht. Het viel precies in de schoot van mijn zus. Weer een gil maar nu van háár. Voorzichtig pakte ik het beestje op, want ja je weet nooit. Maar er zat geen greintje leven in. Al heel lang niet meer zo te zien, want hij brak meteen in stukken. Op de foto zijn voorstuk. Met een vergrootglas zag ik pas zijn bijzondere poten. Ik had wel eens gehoord van een veenmol, maar nog nooit gezien. Zou hij veenmol heten door zijn mollenpootjes? Snel gekeken in mijn insectenboek. Verrek! Een veenmol! Familie van de krekel en hij kan nog sjirpen ook! Maar hoe kwam hij in die das? Hij was hoe dan ook verdwaald. Meestal zit hij in de grond. Misschien had-ie het koud en net als mijn zus een das nodig. (Foto Prof. Aap)  

 

 

Januari / Februari 2013

'Zijn Mekkie en Betsie in je tuin begraven?' 'Nee,  ze zijn naar een preparateur! Maurice Bouten in Venlo gaat hun koppen opzetten.' 'Hè, wat??!!' Sommigen waren sprakeloos. Anderen vonden het eng. Maar ik vind het mooi als die twee geitenvriendinnetjes me straks in mijn werkkamer aankijken. Dan begroet ik ze met vrolijk gemekker zoals zij mij de afgelopen 13 jaar hebben begroet.
Een week na Mekkie kwam ik weer bij Maurice Bouten. Nu om Betsie te brengen. 'Hoe staat het inmiddels met Mekkie?' 'Prima hoor', zei hij, ‘wil je haar zien?' We liepen naar een grote bak met tientallen dierenvellen. In water met zout en aluin blijven ze lang goed. Maurice viste met blote handen een van de vellen eruit. 'Mekkie?' Nee, dat was mijn Mekkie niet. 'Deze dan?' Nee, ook niet! De derde was raak: ja, duidelijk Mekkie (of wat er van over was). Maurice zet ook dieren van Artis op en van Naturalis en andere musea. Hij heeft het druk. Pas over een maand of vijf kan ik mijn geitjes ophalen. Dan heb ik ze weer terug. Dit verhaal krijgt dus nog een (geiten)staartje (of -sikje). Wordt vervolgd.
(Foto Prof. Aap)
  

 

 

November / December 2012

2
Precies een week nadat Mekkie naar de geitenhemel vertrok, ging Betsie haar achterna. Zonder een kik in één klap weg. Betsie was een aanhankelijke geit. Als je haar aaide, gingen haar ogen dicht. Heerlijk vond ze dat geknuffel. De eerste dagen na Mekkies dood, leek het of Betsie haar zocht. Ze liep rusteloos rond en keek in alle hokken. Wat moet je doen? Ik vertroetelde haar met hapjes en een aai. Een paar dagen later was ze weer de ouwe… dacht ik. Maar toen vond ik haar dood bij de voederruif. Ach... misschien is het wel goed zo. Ze was bejaard en is op een natuurlijke manier doodgegaan. 'Betsie zou in haar eentje nooit meer gelukkig zijn geweest', zei de dierenarts. Daar hou ik het maar op. Het is nu stil in mijn tuin: een dooie boel. (Foto Prof. Aap)  

1
Zo'n dertien jaar waren ze samen. Mekkie en Betsie, mijn vrolijke dwerggeitjes. Het afgelopen jaar sukkelden ze een beetje. Ze begonnen te hinkepinken. 'Artrose', zei de dierenarts. Op een avond viel Mekkie om, pats boem en lag op haar zij. Dat was 's ochtends óók gebeurd. Maar toen stond ze weer op. Nu zag het er slecht uit. Ze hijgde en was in shock. We legden haar voorzichtig op het stro in het nachthok. De volgende ochtend lag ze er vredig bij, maar... ze was dood. Betsie hield de wacht zoals je ziet op de foto. We hebben de dode Mekkie een dag en een nacht in het stro laten liggen. Betsie bleef steeds bij haar. Van olifanten, dolfijnen en apen is bekend dat ze rouwen. Zouden geiten ook rouwen? Ik denk van wel. Misschien verbeeld ik het me, maar Betsie kijkt droevig.
Het is droevig.
(Foto Prof. Aap)  
 

 


September / Oktober 2012

Bijna belandde hij onder mijn schoen. Hij kroop dwars over het bospad. Van bovenaf leek het een dikke naaktslak. Maar toen ik hem oppakte,  zwaaide hij woest met zijn kop heen en weer. Het was een rups met vier nepogen die me probeerde bang te maken. Wel zielig. Aan zijn achterste zat een stekel. Toen wist ik: dit is de rups van een pijlstaartvlinder. Maar huh? Wat zijn dat voor gekke haakjes daar bij zijn kop? Die zag ik pas toen ik de foto bekeek. Die twee haakjes zijn z'n luchtpistool. Gemaakt van een klier waarmee hij vieze luchtjes wegschiet om zich te verdedigen. Op de foto heeft hij zijn kop ingetrokken en ook die klier. Soms steekt de klier helemaal uit en lijkt op de gevorkte tong van een slang. Help! Die twee haakjes zijn dus het uiteinde. Gelukkig dat Groot avondrood (want zo heet deze pijlstaart) zich op mijn hand een beetje inhield. Hoe onschuldig ook, ik zou me rot zijn geschrokken als hij met zijn dubbelloops luchtpistool was gaan zwaaien en stinken. (Foto Prof. Aap)

 


Juli / Augustus 2012

Van een collega-schrijfster kreeg ik een felicitatiemail. Ze had gelezen dat Lekker vies door de Leesplein-Kinderjury was uitgeroepen tot het mooiste boek van 2011 (zie tekst hiernaast). Hé, dat is leuk! Dus ik ging even kijken op de site van Leesplein. Na lang zoeken vond ik het bericht in hun nieuwsarchief. Die Leesplein-Kinderjury bestond uit groep 7 van De Mariënborn in Oosterbeek. Deze groep 7 had vanaf maart tot en met mei van dit jaar boeken gelezen die in aanmerking kwamen voor de Prijs van de Nederlandse Kinderjury 2012. Lekker vies was het favoriete boek van deze klas: het mooiste boek van 2011. Bedankt jongens en meisjes van de Mariënborn. Ook namens die ouwe buldog hiernaast. Burrrrp!
(Tekening uit Lekker vies van Georgien Overwater)
 

 

Mei / Juni 2012

Ik las voor uit mijn boek 'Lekker bekkie'. Dan komen er tandartsverhalen. Een jongen spert zijn mond wijd open. 'Kijk! Geen gaatjes!' De kinderen turen nieuwsgierig in elkaars mond. Ik vertel dat er vorige week een supersonische kies in mijn mond is gezet. De oude vulling was versleten. Die werd er eerst uit geboord. Met een mondcameraatje maakte de tandarts van die leeggeboorde kies een 3-dimensionale foto. Ik keek mee op een scherm. Uit een blokje porselein werd toen een kroon gefreesd, precies in de vorm van de 3d-foto. Nog wat passen, meten, schuren, schaven... klaar! Er zat een nieuwe kies in mijn mond. Die wilden de kinderen zien. 'O, wat heeft u grote vullingen!' 'Ja, die zijn dertig jaar oud. Al die kiezen zijn zonder verdoving gevuld. Dat ging zo in die tijd.' De kinderen kijken me ongelovig aan. 'Zonder verdoving? Wanneer bent u geboren?' Iemand roept: 'In de middeleeuwen!' (Foto Prof. Aap) 




Maart / April 2012

Mijn twee dwerggeiten hebben opeens een mank pootje. Ik heb ze in de houdgreep genomen en hun hoeven schoongemaakt en bijgeknipt. Dat hielp een beetje. Maar toch hinkepinken ze nog. Mijn moeder (84) kan daarover meepraten. Ze struikelde in Amsterdam over een stom stoeprandje. Gevolg? Een mank pootje door een gebroken heup. De volgende dag lag ze op de reparatietafel. Ze kreeg een pin en een paar schroeven in haar heup. Als volleerd timmerman heeft de chirurg die erin geklopt. Mijn moeder bekeek de foto. Verbaasd riep ze: 'Moet je kijken, ze hebben me met moeren en bouten aan elkaar geschroefd!' Wie op internet zoekt wat er kan mislopen na zo'n heupoperatie, krijgt de bibbers. Zo'n 20% van die pechvogels op leeftijd schijnt het eerste jaar niet te halen! Mijn moeder heeft gelukkig een ijzersterke conditie. Net als mijn bejaarde geiten. Ze wandelt en fietst, houdt haar tuin mooi en geeft op haar ouwe dag nog wekelijks yogales. Dat lukt nu even niet. Ze moet eerst weer leren lopen. Ze oefent elke dag stug door. Rollator en krukken wil ze zo snel mogelijk de deur uit. Haar broer van 80 zei: 'Ditte, op onze leeftijd ben je liever dronken, dan dat je opnieuw moet leren lopen!' Daar zijn mijn geitjes niet mee geholpen. Ze moeten het zonder rollator doen en bokbier lusten ze niet.

 

 



Februari 2012

Nergens een kraai te bekennen, maar toch zit hij ergens op de uitkijk. Want zodra ik iets op de voederplank leg en mijn hielen licht, komt hij sierlijk aangezeild. Een kraai is kieskeurig. Het moet interessant zijn wat ik op die plank leg. Zaadjes zijn te min. Daarvoor komt hij niet omlaag. Wel voor korstjes brood. Vetrandjes van vlees zijn echt favoriet. Alsof hij ze van ver kan ruiken. Je legt ze neer en weg zijn ze. Vandaag had kip Kakel weer haar best gedaan met een mooi vers eitje. Omdat ik het kippenhok ging aanvegen, legde ik het ei een paar minuten in het gras. Dat kostte me een ei. Want toen ik het ei wilde pakken, zat er een dikke kraai bij. Hij had een gat in het ei getikt en peurde met zijn snavel. Kraaien houden je in de gaten. Niet big brother maar big crow is watching you!
(Foto Prof. Aap) 


 

Januari 2012

Records van dieren: een nieuw Mini Informatie boekje. 't Is bijna klaar. Welke dieren zijn het sterkst? Welke het snelst? Welk dier maakt de hoogste sprongen? Het was een ellende om al die records uit te zoeken. Er zijn zoooooveel dieren. En vaak kloppen records niet. Ze veranderen, ze zijn oud, verkeerd gemeten of opgeklopt... Ik kreeg er een record-punthoofd van. Maar goed, voor zover we nu weten, is de cheeta de snelste sprinter van de wereld. Zijn topsnelheid is binnen een paar tellen 115 km per uur. Hij houdt die snelheid maar kort vol. Na een paar honderd meter staat hij te hijgen en te puffen. In GaiaZoo, bij mij om de hoek, ben ik nog even bij de cheeta's langsgegaan. Ze keken spiedend rond. Waar blijft de antiloop...? Maar in een dierentuin krijgen ze nu eenmaal geen kans hun snelheidsrecord te laten zien. (Foto Prof. Aap) 


 

December 2011

De wind blies alle blaadjes van de populier de wijde wereld in. Ik keek omhoog naar die kale boom... en keek nog eens. Halverwege, aan de takken, zaten twee groene bolletjes. Struikjes. Ik kon mijn ogen niet geloven. Voor de zekerheid nog even door mijn verrekijker getuurd. Ja heel duidelijk: er waren twee maretakken in mijn boom opgedoken! Zomaar! Een maretak in je boom krijg je niet vanzelf. Er moet ergens op een tak, op een vochtig plekje, een zaadje van een maretak zijn gevallen. En zijn gaan groeien ook. Meestal heeft een lijster zo'n zaadje uitgepoept. Met kerst bungelen er dus twee grote groene kerstballen in mijn populier. Door de eeuwen heen is altijd beweerd dat de maretak geluk brengt en een goeie gezondheid. Met kerst zoenen onder de maretak brengt geluk... in de liefde. Dus je snapt wel wat ik deze kerst ga doen. Wie weet wordt het een wild verliefd 2012!
(Tekening Wil Kroon uit De maretak, tekst DM

 

 

November 2011

Mijn grasveld is een en al molshoop. Dat overkomt me nooit. Zodra vanuit de bosrand de eerste molshoop in het gras opbolt, praat ik met de mol. Vriendelijk maar streng. 'Maak dat je wegkomt', roep ik. 'Je bent een prachtig beest maar je molt m'n grasveld. Terug naar je bosrand, want anders...!' Maar deze mol luisterde niet. Op een dag zag ik beweging in een molshoop. ‘Waar is de schep?’ riep prof. Aap. Een beproefde methode is de mol met een snelle steek uit de molshoop te wippen. Dan de mol vangen en 'm netjes verhuizen naar een betere locatie. Werkt altijd prima. Dit keer liep het slecht af. Die arme mol overleefde de klap niet. Prof. Aap heeft hem in zijn molshoop teruggezet en op de foto vereeuwigd. Alsof-ie net te voorschijn klautert. Wat een lief roze snuitje. Wat een indrukwekkende graafpoten! Een mol ziet niet veel. Was deze mol misschien ook doof en hoorde hij mijn waarschuwingen niet? Ik voel me schuldig.
(Foto Prof. Aap) 

 

 

Oktober 2011

Elke echte stripliefhebber kent wel een speciale stripwinkel. Er is ook De stripspeciaalzaak-website. Met werkelijk alles over stripboeken en stripboekenwinkels. Er staan een heleboel interviewtjes op met schrijvers. Elke schrijver stellen ze 5 vragen over stripboeken. Ze kwamen ook bij mij. Ik dacht: wat móet ik daarmee? Wat weet ik van stripboeken? Niks! Maar door die vijf vragen kwamen er herinneringen. De Pep in de jaren '60: een stripblad waar we thuis een abonnement op hadden. En in de bieb haalde ik strips van Bessie Turf. De meeste kinderen van nu kennen haar niet. Bessie Turf was een gezellig en grappig dikkertje dat altijd honger had. Net als ík in die tijd (en nu nog wel eens). Als ze op school niet oplette, moest ze van Juffrouw Schimmel 1000 strafregels schrijven. Kom daar nu nog maar eens mee aan! 'Ditte, wie is je favoriete stripfiguur?' vroegen ze. Dat is Professor Zonnebloem uit Kuifje. Waarom? Lees dat maar hier in het interview(tje).
(Prof. Zonnebloem uit Kuifje - Raket naar de maan)



 

 

 

September 2011

De zijmuur van mijn huis was eerst heel saai. Een kale boel. Maar elke keer als er een plantje uit de tegels te voorschijn piepte, liet ik het staan om te kijken wat het werd. Meestal was het miezerig onkruid. Tot er op een dag iets anders tegen de muur groeide. Het werd hoger en hoger. Tot mijn verrassing kwamen er mooie roze bloemen in. Het bleek kaasjeskruid te zijn. Uitgebloeide bloemen van deze plant lijken (met wat fantasie) op een Gouds kaasje. Vandaar de naam. Er zitten duizenden zaadjes in. Eén zo'n zaadje was dus zomaar komen aanwaaien en bij die saaie muur beland. Je ziet op de foto hoe vrolijk de muur er nu uitziet. Ieder jaar komt het kaasjeskruid terug en door al die zaadjes breidt het zich steeds meer uit. Elk kaasjeskruid vertroetel ik. Andere onkruiden bij de muur worden resoluut verwijderd. Die roze zee van bloemen maakt me elk jaar helemaal trots en blij.
(Foto Ditte Merle)






Augustus 2011

Wie met een geoloog op pad gaat, krijgt bij elke kiezelsteen of heuvel gratis een spannend verhaal. We stonden voor een heuvel met rossige  graspluimen. Die heuvel is een deel van de Peelrandbreuk, bij Uden in Brabant. Deze miljoenen jaren oude breuk in de aardkorst is kilometers lang en loopt tot ver in Limburg. In de loop der tijd is de grond langs de breuk gaan schuiven. Ik sta op het lage, gezakte deel (een 'slenk' volgens mijn geoloog en dat hoge deel heet 'horst'). Langs de breuk is de grond nog altijd in beweging. Soms gaat dat met een schok en dan heb je een aardbeving. Ik herinner me die van Roermond, april 1992. Midden in de nacht een onheilspellend, onderaards gerommel. Het huis trilde en ik ook. Ik stond meteen naast mijn bed. Van zo'n ouwe Peelrandbreuk kun je je een breuk schrikken. (Foto Hans de Jong)

 

 

Juli 2011

Mijn tuin werd de afgelopen maanden een Romeinse opgraving. Overal sleuven, hoge bergen uitgegraven grond en werklui met kruiwagens en brommende graafmachines. Want... mijn
veestapel(tje) krijgt een nieuwe schuur! 'Mevrouw, mevrouw, ik zag een grote dikke wesp uit de spouwmuur kruipen!' Tom, het hulpje van de metselaars, wijst geschrokken naar een van de ontluchtingsgaten in de muur van de bijkeuken. Net op dat moment kruipen er twee reuzenwespen uit het gaatje. Oei, hoornaars! De grootste wespen van Europa. Herkenbaar aan hun roodbruine kop en borst. Ik had die reuzinnen al eens boven m'n vijver zien rondsnorren. Ze vangen bijen en zelfs hele libellen. In de spouwmuur knagen ze je isolatie aan flarden. Voor mensen zijn ze minder agressief dan gewone wespen. Maar loop je in de aanvliegroute van hun nest (binnen 5 m), dan worden ze nijdig. Hun gif schijnt geen lolletje te zijn. Tegen míjn gif (uit een spuitbus, ja, ja) konden ze niet op. Zonde van die mooie beestjes maar ze hadden echt een andere plek met een andere aanvliegroute moeten kiezen.
(Foto Prof. Aap)
 

 


Juni 2011

Op een ochtend klinkt in de kippenren gepiep.  Elke dag kom ik de kippen voeren en bedank ze hartelijk voor de verse eieren. Zie ik opeens het nestje van een van de kleinste vogeltjes van Nederland: het winterkoninkje! Vijf open bekkies knus in een mooi rond bolletje (met de ingang opzij), hoog tussen de balken en de spinnenwebben. Pa en Ma Winterkoning hadden alles heel stil gehouden. Toen de jonkies er eenmaal waren, lukte dat niet meer. Die piepten de longen uit hun keel. Hun ouders vlogen af en aan met spinnetjes en rupsjes. Een van de jongen heeft zich te ver over de rand gewaagd. Ik vond 'm de volgende morgen in het zand. Daar hangt-ie tussen mijn wijsvingers. Zielig pechvogeltje. De andere vier zijn na ruim twee weken vertrokken zoals ze waren gekomen. In het geheim, met alleen de kippen om ze uit te zwaaien. (Foto Prof. Aap)
 

 


Mei 2011

Zijn officiële naam: de bufo bufo ofwel de 'gewone pad'. Maar gewoon? Niet voor mij! Zijn vel zit vol kleurige vlekjes en bultjes. Bruin en zwart, maar ook prachtig rood, oranje en geel... En als je in zijn grote, koperkleurige ogen kijkt, dan smelt je toch zeker? Ik vind een pad aandoenlijk. Geen lawaaischopper zoals zijn neef de kikker. Ook geen verspringer. Hij loopt een beetje plomp. De pad op de foto kwam in mijn tuin onder een berg takken uit. Daar ergens in de grond is vast zijn holletje. Sinds maart zie ik 'm niet meer in mijn vijver. Wel al zijn nakomelingen. Duizenden paddenvisjes zwemmen rond, in grote scholen. Ze eten algen en worden al aardig dik. Binnenkort krijgen ze pootjes. Dan trekken ze massaal de tuin in. Wie weet komen ze hun vader tegen. Die weet van niets. Maar ze kunnen beter hun vader tegenkomen dan de reiger. (Foto Prof. Aap)

 

 

April 2011

Het lijken wel aliëns, deze gestippelde rupsen. Ze hangen met duizenden in mijn vogelkersbomen. Ze hebben er spookbomen van gemaakt. Bladeren en takken verpakt in plakkerige spinnenwebben. Dat zijn hun nesten. Deze jonkies van de vogelkersstippelmotten vreten mijn bomen kaal. Die motten zijn prachtige nachtvlinders: wit met zwarte stippen. Vlak voor ze vorig jaar doodgingen, lieten ze hun eitjes in de vogelkersbomen achter. Daar zijn nu al die wriemelende rupsen uitgekropen. Vogels zijn er gek op en voeren ze aan hun jonkies. Zo hebben de rupsen een vreetfeest en ook de vogels. Over een paar weken verpoppen de aliëns en vanaf juni komen er dan stippelmotten uit. Mijn vogelkersbomen overleven het: van de zomer staan ze weer mooi in blad. Je weet niet wat je ziet. Alsof er nooit een rupseninvasie is geweest. (Foto Ditte Merle)

 


Maart 2011

Kuifje is gekortwiekt. De lange kuif die voor haar ogen hing, is weg (zie vorige maand: februari 2011). Ze kan weer alle kanten op loeren. Nu zie je haar mooie felle ogen. Op de foto kijkt ze boos. Kuifje houdt niet van de kapper en al dat gefriemel aan haar kop. Toch protesteerde ze amper. Toen ze weer met beide poten op de grond stond, stapte ze kukelend weg en keek verrast om zich heen. Ze zag een nieuwe wereld! Van verbazing wist ze niet waar ze moest kijken. Ze bekeek de andere kippen van top tot teen. Bij elk zuchtje wind rende ze naar zwiepende grassprieten en sprong omhoog richting puntje. Wanneer de volgende knipbeurt nodig is? Dat zal waarschijnlijk even duren. Ik ga op zoek naar een echte kapperschaar. 'k Heb er een baantje bij: kippenkapper. (Foto Prof. Aap)


 


Februari 2011

Kip Kuifje was als kuiken heel grappig. Op haar kop piekte een kort, punkerig kuifje van veren. Nu ze ouder is, hangt de kuif triest over haar ogen. Ze ziet alleen de grond. Daardoor raakt ze snel in de stress. Als het regent wordt de kuif nog smerig ook. Net een verzopen kip met een kletsnatte pruik. Kuifje is zielig. Op internet lees ik dat dit soort kippen een oud ras is. Kuifje heeft zelfs een officiële naam: Hollandse Kuifhoen. Deze kippen kunnen het beste in een overdekte ren worden gehouden, staat er. Anders wordt de kuif nat en vies en gaat voor hun ogen hangen. Nou, die kuif van Kuifje hangt altijd voor haar ogen, of het regent of niet.  Wie fokt er nu zulke kippen?! Kippen die bijna niks zien. Die alleen geschikt zijn voor een overdekte ren. Een kip wil lekker scharrelen. Krabbelen en pikken tussen gras, bladeren en allerlei rotzooi. Oók als het een beetje regent. Daar trekt een scharrelkip zich niets van aan. Binnenkort gaat Kuifje naar de kapper. De schaar erin. Je kunt als
kip maar beter een vuilnisbakkenras zijn.
(Foto Prof. Aap)

 


Januari 2011

Op een nacht stond ik rechtop naast mijn bed. Buiten een angstaanjagend geluid: hoog, ijl, schor, gierend. Al met al duurde het misschien niet langer dan een minuut. Het klonk echt onheilspellend. De volgende ochtend zocht ik op internet. Jaren geleden heb ik een vos op mijn kippenren zien lopen. Zou hij terug zijn? Wat voor geluid maakt een vos in de nacht? Mijn zoektocht was meteen raak. Opnieuw klonk dat jammerende geluid van die nacht. Paartijd? De paartijd van vossen is van december tot februari. Een vos was waarschijnlijk op zoek naar een date. Of ze elkaar gevonden hebben, weet ik niet. Mijn kippen heeft de vos gelukkig (nog) niet gevonden.  (Foto Malene, Wikipedia)


 

 

December 2010

Mijn tuin is net een kerstkaart. Ik moet alleen nog een paar kerstballen ophangen. In de schuur, achterin waar de voetstappen heenlopen (zie foto), bivakkeren onze geiten. Mekkie en Betsie houden van kerstkaarten want die eten ze op, maar niet van kerstkaartenweer. Elke dag maak ik hun straatje sneeuwvrij. Zodra ze me horen, komen ze nieuwsgierig kijken. Heel even maar. Ze staan te rillen op hun poten. Brrr, laat háár maar lekker sneeuwruimen, wíj gaan gauw naar binnen.
Weg zijn ze.
(Foto's Prof. Aap)




November 2010

Waarom staan wij zo te glunderen? Omdat we elkaar in de Harry Potterbibliotheek van het klooster in Wittem voor het eerst tegen het lijf liepen en allebei dezelfde prijs hebben: de Gouden Uil voor Jeugdliteratuur. Bas Haring kreeg die superprijs in 2002, voor Kaas en de evolutietheorie. Heel bijzonder want het was de allereerste keer dat die literaire prijs naar een informatief jeugdboek ging. Sindsdien staat zijn boek in mijn boekenkast. Vol strepen en uitroeptekens. Ik heb dat boek indertijd uitgeplozen. Die avond in Wittem nam ik een gesigneerd exemplaar mee van mijn eigen Gouden-Uilboek. Wild verliefd heeft hij vast nog niet, dacht ik. 'Jouw boek? Dat ligt op ons nachtkastje', riep Bas. Mijn avond in die grote, oude kloosterbibliotheek kon niet meer stuk. (Foto Prof. Aap)

 

 

Oktober 2010

 
Dierentuinarts Jan Bos kreeg in Ouwehands Dierenpark het eerste (vernieuwde) exemplaar van IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin. Met de ijsberen als getuigen. Je ziet ze op de achtergrond. Bereleuk! Vooral toen een van die ijsberen wild werd. Niet van mijn mooie boek, maar van een hondje! Een meisje hield haar hond tegen de glaswand. De ijsbeer zwom er opgewonden naar toe. Hij begon te grommen en met zijn poten te slaan. Hij sprong op en neer. Sloeg en krabde met zijn reuzenklauwen tegen het glas. De hond staarde ´m verbijsterd aan. Opeens keek de ijsbeer omhoog, alsof hij over de hoge glasrand wilde springen. 'Hij heeft trek in een hondje', riep ik door de microfoon. 'Nee, die ijsbeer wil met 'm spelen,' zei een mevrouw. We hebben het maar niet uitgeprobeerd.
(Foto Prof. Aap) 

 

 

September 2010

Zoo Park Overloon? Tot voor kort nooit van gehoord! Maar het is een mooi, verrassend dierenpark bij Venray in Noord-Brabant. Met veel ruimte en natuur. Volgens mij hebben de dieren het goed naar hun zin. Je loopt dwars door het terrein van de kangoeroes. Ze knabbelen aan een grasspriet, boksen met elkaar en liggen langs het pad te luieren. Eentje staarde me een beetje suffig aan. Moet je die dikke staart zien! Eén bonk spieren. Zijn leunstok. Ik kwam een miereneter tegen. Die zie je niet vaak in een dierentuin. Zijn lange, puntige snuit verbergt een tong van een halve meter. Daarmee wriemelt hij in mierenhopen. 'Steek je tong eens uit', riep ik. Maar dat vertikte hij. Ik zag een klein stukje tong toen hij aan een steen likte. Net een zwiepende worm. Verder hield hij zijn snuit potdicht.
(Foto's Prof. Aap)

 

  

Augustus 2010

In het Belgische Hasselt ligt de grootste Japanse tuin van Europa. Door Japanners aangelegd. Die tuin wilde ik zien. Een mooie tuin, maar toch... alles was zoo00 netjes! Het gras gemillimeterd. Overal tere bamboe-hekjes. Dennenbomen kortgesnoeid en ingewikkeld met stokken gestut: onnatuurlijk. Hier en daar een rotsblok. In de enorme vijver zwommen enorme Japanse koi-karpers. De meeste prachtig gekleurd. Maar ook witte bleekscheten. Die krijgen van mij geen schoonheidsprijs. En hongerig dat ze waren! Ze spartelden zelfs de waterkant op. Met open bek bedelden ze om een broodje. Je keek zo hun slokdarm in. Ik had koi's nog nooit van zo dichtbij gezien. In die rustige Japanse tuin waren zij de enige die wild waren. Maar geef mij maar een echte wilde tuin! (Foto Prof. Aap)  

  

 

Juli 2010

IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin uit 1997 krijgt in oktober een nieuwe kont. Ga tegen die tijd maar eens naar het omslag kijken! Hartstikke leuk! Het is een van mijn mooiste boeken. Dat komt door die prachtige illustraties en de speciale vormgeving. Deze zomer keek ik of alles in het boek nog klopte. Ik belde met dierenartsen en -verzorgers en ging bij een paar dierentuinen naar draaikonten kijken. Zoals Avifauna in Alphen aan den Rijn. Daar ben ik eerder geweest, maar 'k was vergeten hoe leuk dit vogelpark is. Je ziet knaloranje flamingo's, struisvogels die je met grote ogen (+ mooie lange wimpers) aanstaren, pelikanen met slappe onderkinnen, pinguïns die hele haringen opslokken. Er zijn spectaculaire roofvogelshows. Honingpapegaaien mag je voeren met een bekertje nectardrank. Super! Ze kwamen van alle kanten aangezeild en vlogen me bijna omver. Met een zwart tongetje likten ze fladderend en krijsend mijn bekertje leeg. Tot de laatste druppel. (Foto Prof. Aap)

 

 

Juni 2010

Maandagmorgen. De telefoon. Prof. Aap neemt op. 'Voor jou', zegt-ie. 'Wie?' Gemompel: '... een mevrouw...' Ik hoor iemand zeggen: 'Het is niet onze gewoonte u rechtstreeks te bellen. We bellen altijd eerst de uitgeverij. Maar die is onbereikbaar. Mag ik u van harte feliciteren? U heeft voor Wild verliefd een Zilveren griffel gekregen.' 'O', zeg ik. Eh, eh ... hartstikke mooi! Super!' Einde gesprek. Toen een knuffel van Prof. Aap. Ik bel de uitgeverij. Geen gehoor, technische storing. De e-mail doet het wél. Even later belt de uitgeefster met haar mobieltje en roept enthousiast: 'We hebben net een sticker van De Gouden Uil op je boeken geplakt. Nu komt er nóg een sticker bij! Wild verliefd wordt een stickerboek!' (Foto Ditte Merle)

 

 

Mei 2010

Onze vijver is zo lek als een mandje. Het begon vorig jaar, in de herfst. Heel langzaam liep de vijver leeg. O jee, straks is er geen druppel over! Waar moeten de vissen, salamanders, kikkers en al die kleine waterbeestjes overwinteren? En onze waterplanten? Help! Gelukkig is de vijver niet helemáál drooggevallen. Ergens moet een gat zitten in het vijverplastic. Maar waar? Een lastig klusje voor Prof. Aap. Hij zoekt gaatjes... maar hij vindt beestjes! 'Ditte, kijk, een gekke spin!' Een spin met een balletje? (Zie foto.) Dat is een wolfspin. Als het vrouwtje eitjes legt, spint ze er een balletje omheen: een cocon. Die sjouwt ze een paar weken mee, tot de eitjes uitkomen. Ze bijt de cocon stuk en de jonkies klauteren op haar rug. Zo'n wolfspin met een rug vol jonkies heb ik nog nooit gezien. Prof. Aap ziet beestjes maar geen gaatjes. (Foto Prof. Aap)

 

 

April 2010

Mijn boek Wild verliefd verhuisde naar de shortlist van De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2010 (zie actueel februari). Dat is de mooiste literatuurprijs van België. Wie van de vijf genomineerden zou met die prachtige prijs naar huis gaan? Je ziet het op de foto. Wat was dát een verrassing! Die Gouden Uil gaat bijna nooit naar een informatief boek. Dus ik dacht: dat wordt niks. Het feest begon in Antwerpen om 12 uur 's middags met champagne en een drie-gangen diner. Ja, die Vlamingen weten hoe ze een feestje moeten vieren. Daarna de prijsuitreiking met muziek, grappen en toespraken. Tot het laatst toe hield de jury iedereen in spanning. Na de bekendmaking voelde ik me een celebrity. Fotografen en journalisten kwamen aangestormd. Gelukkig was prof. Aap mee. Kon hij mooi die loodzware uil sjouwen (die ik bij de uitreiking bijna liet vallen). (Foto Marcel van Hoorn)

 

 

Maart 2010

Dieren geven plezier. Maar als je poes, je hond, konijn of cavia doodgaat, dan is er verdriet. Het is uit met de pret. Je kunt lang van slag zijn. Je hebt met het dier een band. Je speelt en knuffelt, verzorgt en vertroetelt. Poezen geven kopjes. Ze komen gezellig op schoot of kruipen bij je in bed. Honden zijn trouw. Ze kwispelstaarten de kopjes van tafel. Komen de krant brengen. Staan op je te wachten om uitgelaten te worden. Ook als je konijn of cavia het hoekje omgaat, ben je van de kaart. Allemaal lieve dierenvriendjes. Ze leven meestal korter dan jij. Dan moet je ze voorgoed missen.
Het toppunt van verdriet?
Dat is waarschijnlijk een mens die doodgaat. Het overkwam mij deze maand. Dat is snikken geblazen. Daar kan het verdriet om al die poezen, geiten, schapen, konijnen, cavia's, kippen, ganzen, eenden, kanaries, vissen, wandelende takken, muizen, woestijnratjes en hamsters die ik in mijn leven heb gehad en zijn gestorven, niet tegenop.
(Foto Rudy Brautigam)
 




 


Februari
2010

Een herinnering. Jaren geleden reisde ik vanuit het verre Limburg naar Amsterdam. In een groot bruin café (Arti et Amicitiae) keek ik 's morgens om half 11 suf om me heen. Mijn boek IJsberen stond op de 'longlist' van 16 genomineerden voor de Gouden Uil, een Vlaamse literatuurprijs. Om 11 uur zou bekend worden welke drie van die 16 boeken op de 'shortlist' kwamen. Uit die drie zou dan één auteur de Gouden Uil krijgen. Ik zat daar met de uitgever, de illustrator en prof. Aap. Ook zag ik auteurs en journalisten in het café. Een meneer (ik dacht) Jan Blokker scheurde gehaast een envelop open, las de genomineerden voor, stak het papier in zijn zak en alles was ineens afgelopen. Mijn boek zat er niet bij. Zo stonden we op die druilerige maandagochtend in Amsterdam weer snel buiten. Wat een stomme uilen! Dit jaar staat mijn boek Wild verliefd op de longlist voor de Gouden Uil. De shortlist wordt bekend gemaakt tijdens een programma op de Vlaamse radio. Ik hoef nu alleen de radio aan te zetten. Wel zo makkelijk!

 

 


Januari 2010

Meer dan 30.000 mensen (ook veel kinderen) deden mee met de vogeltelling. Een half uur vogels tellen die je ziet in de tuin of op het balkon. De huismus werd het meest geteld. Maar niet door mij! Geen mus te zien! Mijn eerste vogel die langskwam, was een nieuwsgierig roodborstje. Verder telde ik: 1 ekster, 4 houtduiven, 3 Turkse tortels, 2 kraaien, 3 merels, 2 koolmeesjes en 1 staartmees. Waar zaten al die andere vogels die ik geregeld in de tuin zie? Kramsvogels (zie foto), pimpelmezen, spreeuwen, gaaien, spechten, mussen, winterkoning, lijsters, fazanten, vinken, reigers, buizerds, sperwers, torenvalken en meer. Volgens mij zaten ze ergens anders... elkaar te tellen. (Foto Ditte Merle)
 

startpagina actueel 2005 actueel 2006 actueel 2007 actueel 2008 actueel 2009

Copyright © 2004 Ditte Merle
Last modified: november 24, 2017